Grauwe Kiekendief

Grauwe Kiekendief

Info

De grauwe kiekendief is een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae). Het is een erg zeldzame broedvogel geworden in België, doortrekkend wordt hij iets vaker gezien.

Hoe kan je de grauwe kiekendief herkennen?

  • Het vrouwtje is ongeveer 45 cm groot, het mannetje is kleiner en is ongeveer 38 cm groot.
  • Het mannetje is gemakkelijker te herkennen dan het vrouwtje. Het verenkleed van het mannetje is blauwgrijs en hij heeft 1 zwarte streep op de bovenzijde van de vleugels en 2 zwarte strepen op de onderzijde van de vleugels. Hij heeft een lichtjes gestreepte buik. Het vrouwtje heeft een bruine kleur, met een witte stuitvlek en blekere onderdelen.
  • De grauwe kiekendief is in de lucht te herkennen door zijn slanke silhouet en de diepe V-vorm van de vleugels.
Wat eet de grauwe kiekendief?

De grauwe kiekendief jaagt voornamelijk in open landschappen. Hier vindt hij kleine zoogdieren zoals muizen, en zangvogels, die vaak over grote afstanden naar het nest worden gedragen. Ook eet hij insecten, amfibieën en reptielen.

Waar leeft de grauwe kiekendief?

  • De grauwe kiekendief is een trekvogel. Als broedvogel komt hij in bijna geheel Europa voor maar overal zien we een achteruitgang van de soort. In Vlaanderen is hij nagenoeg verdwenen. De grauwe kiekendief overwintert in Afrika. Oorspronkelijk vertoefde de vogel het liefst in veen- en riviergebieden en heide. Maar deze biotoop wordt meer en meer bedreigd. Hierdoor broedt de grauwe kiekendief nu in akker- en weilanden, maar de intensieve landbouw maakt dit niet zonder gevaar.
  • Verspreidingskaart van de grauwe kiekendief

Hoe plant de grauwe kiekendief zich voort?

De balts van de grauwe kiekendief is erg opvallend; het mannetje geeft in de vlucht op acrobatische wijze prooien aan het vrouwtje. De grauwe kiekendief maakt zijn grondnest in graanakkers, weilanden of uitzonderlijk zelfs in rietvelden. Hierdoor zijn het nest en de jongen erg kwetsbaar. Ze kunnen het slachtoffer worden van landbouwmachines of roofdieren. De grauwe kiekendief broedt van begin mei tot eind juni. Het vrouwtje legt 3 tot 5 eieren, die na 27 tot 40 dagen uitkomen. Na 35 tot 40 dagen vliegen de jongen uit.

Hoe krijg je de grauwe kiekendief te zien?

Jaarlijks zijn er maximaal enkele broedparen in Vlaanderen. En ook de doortrekkende vogels zijn nog moeilijk waar te nemen. De grauwe kiekendief kreeg de status ‘ernstig bedreigd’ toegekend. Ten tijde van kleinschalige landbouw, vóór 1950, kwam de grauwe kiekendief veel vaker voor. Maar sindsdien is zijn leefgebied hier enorm afgenomen.

Weetjes over de grauwe kiekendief

  • De grauwe kiekendief is de kleinste in Europa broedende kiekendief.
  • De grauwe kiekendief is slanker dan de blauwe kiekendief en heeft 4 gevingerde pennen in plaats van 5.

Bron: Natuurpunt

Bescherming

Sinds 1980 wordt op jaarlijkse basis beschermingsacties ondernomen door Franse leden van de verenigingen F.I.R. en L.P.O. (Fond d’Intervention des Rapaces en Ligue de Protection des Oiseaux). De eerste cijfers dateren echter reeds van de jaren ‘70, maar het gaat hier slechts over enkele geïsoleerde broedgevallen, toevallige tellingen en inventarisaties. De Lorraine als geografische regio in Frankrijk situeert zich in het NO van het land en bestaat uit de bestuurlijke departementen Meuse, Meuse & Moselle, Moselle en als laatste de Vosges.

Werkmethode

Het eigenlijke zoeken bestaat voor 45% uit kennis (terrein en vogels), 5% geluk en 55% uit geduld (wachten, en nog eens wachten), en begint bij het opsporen van jagende mannetjes die ons met hun prooi naar het wachtende vrouwtje leiden. Na de spectaculaire ‘air-show’ van de prooi overgave in volle vlucht, gaat het vrouwtje naar het nest. Nu komen we op een cruciaal moment, want nu is het belangrijk om weten in welk soort gewas het nest zich bevindt.

Indien het koppel hun jongen heeft in tarwe, is er normaal gezien géén probleem, daar tarwe pas rijp en maaiklaar is eind juli zodat de jonge kiekendieven ruimschoots op tijd kunnen uitvliegen (afhankelijk van welk voorjaar we gehad hebben kan het toch nodig zijn actie te ondernemen). Ook koolzaad levert meestal géén problemen, want het is reeds vrij ongewoon – alhoewel nooit uitgesloten- dat kiekendieven hierin gaan nestelen. Bovendien is koolzaad het laatste gewas dat gemaaid wordt ( pas in augustus!).

Enkel wanneer het koppel vroeg in het voorjaar besloten heeft om te gaan nestelen in een gerstveld, stellen zich problemen. De gerst is immers veel te vroeg rijp (jaar na jaar vroeger) en wordt reeds gemaaid eind juni/ begin juli. Op dat ogenblik liggen de meeste vogels nog met te kleine jongen, sommige zelfs nog met eieren. Indien we een nest in de gerst laten, gaan onherroepelijk de jongen verloren. Twee mogelijke oplossingen dienen zich aan:

1° Verplaatsen van jongen

Zeker een interessante manier van handelen wanneer de jongen reeds voldoende oud zijn: bij het overvliegen van de ouders zullen de jonge vogels beginnen roepen en dat zal de oudervogels zeker helpen om het nest gemakkelijker terug te vinden. Nadelen bij dit systeem is o. a. dat men verschillende verplaatsingen van enkele tientallen meter per dag moet ondernemen om één nest uit het veld te krijgen naar een ‘veilig‘ veld. Men laat m.a.w. ongewild meer sporen achter in het veld en dit kan eventuele predators aantrekken. Zelfs al heeft men het nest met jongen veilig verplaatst naar een ander veld dat nog kan men pas van een geslaagde interventie spreken als de jongen effectief op de vleugels gaan. Per nest moet men er ook rekening mee houden dat er verschillende dagen naéén moet gewerkt worden om de jongen uiteindelijk op een veilige plaats te krijgen. Deze methode is dan ook vrij tijdsrovend.

2° het plaatsen van een afsluiting

Soms kan men de jongen of het nest niet verplaatsen, omdat de jongen pas geboren zijn (te klein) of het vrouwtje zit nog op eieren en toch dringt de tijd. Dan nog, kan er in samenspraak met de eigenaar/ landbouwer afgesproken worden om een draadafsluiting rond het nest te plaatsen : een stuk kippengaas, doorsnede ongeveer 2m wordt in het veld rond het nest geplaatst. Zo kan de boer eventueel toch overgaan tot maaien en worden de vogels toch beschermd.

Voordelen zijn hier dat men slechts éénmaal in het betrokken veld moet lopen om actie te voeren. Het nest en de jongen blijven op één en dezelfde plaats. Wat dan weer minder stresserend is voor de (ouder)vogels.

Nadelig dan weer is dat men precies door de werken die men uitvoert daar plaatselijk wat meer schade aanricht aan de gewassen. Ook mag men achteraf nadat de jongen zijn uitgevlogen niet vergeten uiteraard om de ‘grillage’ terug uit het veld te halen wat extra werk met zich meebrengt. Soms gebeurt het ook dat landbouwers deze tweede methode niet echt zien zitten, omdat ze door de afsluiting rond het nest ‘gedwongen’ worden een deeltje van hun gewas te laten staan (een ‘carré’) wat later problemen kan geven bij het omploegen, want zo kan het hele veld niet op hetzelfde moment worden bewerkt. Wat men ook kiest als methode, elke situatie moet op zich en afzonderlijk bekeken worden en uiteraard moet men zeker zijn van de toestemming van de landbouwer alvorens het veld in te gaan.

Fir-kamp

Het FIRkamp gaat dit jaar door van zaterdag 27/6 (woensdag 1 juli) t.e.m.  zondag 5/7/2015 (donderdag 9 juli), in de gekende locatie SPINCOURT(Fr.) 
(de tweede datums zijn bij een slecht voorjaar)

Basisprijs per dag is 10 Euro. Voor de gehele periode is dat dus 90 Euro. De bagage kan al vanaf vrijdagavond 26/6 19.00u gebracht worden bij Jef en Mie in de Papenholwegel 25 te Tielt. Iedereen die kan, wordt ook verwacht op die avond 26/6 op hetzelfde adres vanaf 19.00u om remorque te helpen laden. (bij eventuele problemen misschien een belletje naar Jef .(051/ 40 26 02)

We vertrekken op zaterdagmorgen 27/6 om 6.30u bij Jef thuis te Tielt (Papenholwegel 25).

Fir-kamp

Contact:
Heb je een vraag of wil jij graag meehelpen met de werkgroep?

Neem contact op met:

Jef Vannieuwenhuyse
jef.vannieuwenhuyse@detorenvalk.be

Marc Cassaert
marc.cassaert@detorenvalk.be

Nieuws