Eénmaal een nest gevonden, moeten we een keuze maken, of we al dan niet gaan ingrijpen: een nest in een tarweveld levert normaal géén probleem op, maar een koppel dat verkoos om hun jongen groot te brengen in een gerstveld heeft pech. Twee mogelijkheden bieden zich aan.
Verplaatsen van jongen
Zeker een interessante manier van handelen wanneer de jong reeds voldoende oud zijn: bij het overvliegen van de ouders zullen de jonge vogels beginnen te roepen en dat zal de oudervogels zeker helpen om het nest gemakkelijker terug te vinden. Nadelen bij dit systeem is o.a. dat men verschillende verplaatsingen van enkele tientallen meters per dag moet ondernemen om één nest uit het veld te krijgen naar een ‘veilig’ veld.

Men laat m.a.w. ongewild meer sporen achter in het veld en dit kan eventuele predators aantrekken. Zelfs al heeft men het netst met jongen veilig verplaatst naar een ander veld, dan nog kan men pas van een geslaagde interventie spreken als de jongen effectief op vleugels gaan.
Per nest moet men er ook rekening mee houden dat er verschillende dage na-een moet gewerkt worden om de jongen uiteindelijk op een veilige plaats te krijgen. Deze methode is dan ook vrij tijdsrovend.
Plaatsen van een afsluiting
Soms kan men de jongen of het nest niet verplaatsen, omdat de jongen pasgeboren zijn (te klein) of omdat het vrouwtje nog op eieren zit. En toch dringt de tijd. Dan nog kan er met de eigenaar/ landbouwer afgesproken worden om een draadafsluiting rond het nest te plaatsen: een stuk kippengaas, met een doorsnede van ongeveer 2m, wordt in het veld rond het nest geplaatst. Zo kan de boer eventueel toch overgaan tot maaien en worden de vogels toch beschermd.


Voordelen zijn hier dat men slechts éénmaal in het betrokken veld moet lopen om actie te voeren. Het nest en de jongen blijven op één en dezelfde plaats, wat dan weer minder stresserend is voor de vogels.
Nadelig is dat men precies door de werken die men uitvoert daar plaatselijk wat meer schade aanricht aan de gewassen. Ook mag men achteraf niet vergeten uiteraard, nadat de jongen zijn uitgevlogen, om de ‘afrastering’ weer uit het veld te halen wat extra werk met zich meebrengt.
Soms gebeurt het ook dat landbouwers deze tweede methode niet echt zien zitten, omdat ze door de afsluiting rond het nest ‘gedwongen’ worden een deeltje van hun gewas te laten staan (een ‘carré’), wat later problemen kan geven bij het omploegen, want zo kan het hele veld niet op hetzelfde moment worden bewerkt.
Verhouding verplaatsingen – afrasteringen
In de Lorraine worden ca. 89% van de nesten waar een interventie nodig is afgerasterd en slechts 11% verplaatst. Deze verplaatsingen vinden vooral plaats in het noorden, waar de velden relatief klein zijn. Daar is een verplaatsing relatief eenvoudig te doen op enkele dagen. In de Champagne-streek zijn de velden veel groter en is verplaatsen veelal geen optie.

Onze speciale dank gaat dan ook vooral uit naar alle kameraden (m/v) van Natuurpunt De Torenvalk vzw die elk jaar opnieuw verschillende dagen van hun vakantie opofferen om aan de operatie deel te nemen en mee verantwoordelijk zijn voor de uitstekende resultaten en de speciale kampsfeer ter plaatse.

De hele actie wordt sinds verschillende jaren financieel gesteund door F.I.R.-België en LPO-France. Op het terrein zelf worden we bijgestaan door de leden van COPRA (met name Paulino Rossetti), de ONF-verantwoordelijke Didier Vacheron (Office Nationale des Fôrets) en Fréderic Burda die het dit jaar tot algemeen coördinator heeft gebracht van LPO Lorraine – Action Busard Cendré.
Aurel Vande Walle

